3. Werkwijze‎ > ‎

De Canadese soldaat

Het is 6 juni 1944. Je bent een geallieerde soldaat. Je hebt de hele dag gevochten aan het front. Veel van de soldaten (waaronder veel vrienden) zijn gesneuveld. De geallieerde soldaten hebben gewonnen, jij hebt gewonnen! Aan de ene kant ben je bedroefd dat veel soldaten zijn omgekomen, maar aan de andere kant heb je de oh zo belangrijke overwinning behaald. Je besluit een brief naar huis te sturen om je gevoelens te uiten.

Wat moet er in de brief komen?
  • Wat je hebt meegemaakt de afgelopen tijd.
  • Hoe ging het er aan toe op 6 juni 1944
  • Waar ben je?
  • Hoe voel je je?
  • Hoe gaat het met je?
  • Een boodschap voor thuis.
Hoe komt je brief eruit te zien?
  • Linksboven begin je met de datum waarop je de brief schrijft.
  • Je begint je brief met beste…….. ( je mag zelf uitkiezen aan wie je de brief schrijft)
  • Je slaat 1 regel over en je begint te vertellen in je brief.
  • Na elk onderwerp sla je een regel over.
  • Je sluit af met groetjes of kusjes.
Eisen aan de brief
  • Het is de bedoeling dat je een brief schrijft met minimaal 200 en maximaal 300 woorden ( probeer rond de 250 woorden te zitten)
  • Probeer zo min mogelijk spelfouten te maken. (pas de spellingscontrole toe!)
  • Volg duidelijk de stappen en zorg dat alles wat hierboven genoemd is in je brief aan de orde komt
Comments