4. Infobronnen‎ > ‎

historische informatie

Eind 1940 was er al een werkgroep opgericht met de bevelhebbers van de geallieerde troepen. Er volgen nog een aantal van dit soort landingsacties over de gehele wereld.

Wanneer de Amerikanen zich ook in de strijd mengen is er al een eerste vergadering met hen eind 1941. Ze plannen een grootse landing in Europa voor het jaar 1942.

Het doel van eerdere landingen lag hem in het feit dat deze zogenaamde 'testlandingen' de geallieerden in staat stelde om verschillende methodes en materialen te testen om de haalbaarheid en slagkracht.

Eén van de belangrijkste 'testlandingen' was deze van Dieppe op 18 maart 1942.

Een ander belangrijk doel betrof de conclusies die de Duitsers trokken uit de acties:
  • een landing steeds zou plaats vinden bij vloed;
  • steeds ten noorden van de Seine (afstand is korter);
  • steeds aan een haven gebeuren om materiaal aan land te brengen.
De testlandingen hadden helaas wel een keerzijde; namelijk het feit dat ze veel levens hebben gekost. In Dieppe lieten er meer dan 4400 geallieerde soldaten het leven. Deze landing stond onder het commando van Lord Mountbatten en heeft voor de Britten aangetoond dat landen in een haven onmogelijk was. Ze lagen constant onder artillerievuur. De vernietigingen in de haven waren zo groot dat er te veel obstakels waren en de haven zelfs totaal onbruikbaar was.


Het voorbereiden van de grote landing was ook een machtsspelletje tussen de geallieerde troepen en zijn bevelhebbers. Uiteindelijk zou Eisenhower het pleit winnen van Mac Arthur. Generaal Eisenhower heeft de operatie Troch in Noord-Afrika met succes afgerond. Ook Mac Arthur heeft een paar landingen op zijn palmares kunnen schrijven (Talagi, Stille Oceaan en Guadalcanal). De naam van de grootste landing ooit is bedacht door Mac Arthur: OVERLORD.

Voor een geslaagde operatie was het nodig om gedetailleerde kaarten van de kustlijn te hebben. Maar aangezien de beschikbare Franse stafkaarten (1:80.000) uit rond 1890 dateerden en niet voldoende detail bevatten, was het noodzakelijk om nieuwe kaarten te maken. Met hulp van het Franse verzet, en Britse verkenningsvluchten met Spitfires waarbij luchtfoto's werden genomen werd de geografie en bewapening in kaart gebracht. De militaire cartografie is van cruciaal belang geweest voor het slagen van de invasie.

Uiteindelijk zouden ze het bij een kleine aanval houden in 1942 en zouden dan in 1943 de grote landing doen. Maar, een jaar later, in 1943 doet men de eerst landing in Sicilië en Overlord, code voor de landing in Normandië, is verschoven naar 1944. De echt gecombineerde (meerdere geallieerde troepen) landingen startten op 9 juli 1943, dan vallen ze immers Sicilië binnen. Niet minder dan 160 000 manschappen ontschepen op een kustlijn van 140 km. Deze landing is een "oefening" voor OVERLORD en levert zeer veel nuttige informatie op.

Zo zijn er nog vele kleine "raids" langs de kustlijn, zoals in Gravelines, Etretat, Middelkerke en Scheveningen. De bedoeling hiervan was tweeërlei:
  • de vermoedens van de Duitsers bevestigen;
  • wederom als oefening en om het materiaal uit te testen.
De landing 'OVERLORD' was voorzien voor 1 mei, het werd 5 juni 1944, dit had te maken met de slechte weersomstandigheden. Meer dan 3 miljoen soldaten verbleven in Zuid-Engeland wachtend op het startschot.

De Duitse reactie

In november 1943 besloot Hitler dat de dreiging van een invasie in Frankrijk niet langer kon worden genegeerd. Alles wat Duitsland nog aan pantserreserves kon vrijmaken, werd gereserveerd voor de opbouw van een pantserstrijdmacht in Frankrijk. Zo had alleen al de dreiging van een invasie als gevolg dat Duitsland aan het Oostfront geen enkel strategisch initiatief kon ondernemen. Veldmaarschalk Erwin Rommel werd aangesteld als Inspecteur van de kustverdediging (Atlantikwall), en later als commandant van Legergroep B, de grondstrijdkrachten die waren belast met de verdediging van Noord-Frankrijk.

Generaal Erwin Rommel
Rommel was ervan overtuigd dat een invasie alleen kon worden gestopt door een tegenaanval op de stranden. Dit diende zo vroeg mogelijk te geschieden, met pantservoertuigen of met sterke ondersteuning daardoor, als de vijand nog geen gelegenheid had gehad een stevig bruggenhoofd op te bouwen. Rommel wilde dan ook de beschikbare pantsereenheden zo dicht mogelijk bij de kust stationeren. Maar Rommels bevoegdheden waren tamelijk beperkt, doordat hij geen opperbevelhebber van de Duitse strijdkrachten in het westen was: die titel was voorbehouden aan veldmaarschalk Gerd von Rundstedt.

En Von Rundstedt gaf de voorkeur aan een legering van de pantsertroepen dieper in het achterland, zodat eerst de aanvalsrichting van de vijandelijke troepen kon worden bepaald, waarna een krachtige tegenaanval kon worden gelanceerd. Von Rundstedt werd in zijn visie gesteund door de commandant van Panzer Groep west, Geyr von Schweppenberg, die op zijn beurt gesteund werd door generaal-kolonel Heinz Guderian, de inspecteur-generaal van de pantsertroepen.

Dit verschil in opvattingen had te maken met de oorlogservaring van de verschillende bevelhebbers. Von Rundstedt en Guderian hadden hun frontervaring opgedaan in een periode dat de Luftwaffe een overweldigend luchtoverwicht had. 

Rommel had juist ervaren hoezeer de geallieerden hun overwicht in de lucht wisten uit te buiten. Ten tijde van de invasie bestond de Duitse luchtverdediging van de noord-Franse kust uit slechts 169 vliegtuigen, omdat de vliegvelden in dit gebied reeds lang onderhevig waren aan voortdurende geallieerde bombardementen. De Luftwaffe zou op 6 juni slechts twee acties uitvoeren.

Om aan de discussie een eind te maken, splitste Hitler de zes beschikbare pantserdivisies in noord-Frankrijk op. Drie werden onder direct bevel van Rommel geplaatst; de andere drie werden op afstand gelegerd en konden niet zonder de directe toestemming van Hitlers persoonlijke staf worden ingezet.

Keuze van de landing

Door het beperkte vliegbereik van de geallieerde jachtvliegtuigen Spitfire en Hawker Typhoon was de keuze van de landingsplaatsen beperkt. De geallieerden maakte van iedere streek de pro's en contra's op.

De Belgische en Nederlandse kuststrook had niks anders dan nadelen:
  • te ver van de Engelse vliegvelden;
  • weinig toegankelijke plaatsen (diepgang te weinig);
  • de duinen staan in de weg.
Bovenstaande en geografische omstandigheden beperkten de keuze tot het Nauw van Calais en de stranden van Normandië. Calais lag het dichtst bij het Verenigd Koninkrijk, de stranden waren het meest geschikt om te landen, en de marsroute naar Duitsland was het kortst. Maar omdat een landing op deze kust erg voor de hand lag, en Hitler ervan was overtuigd dat de geallieerden hier zouden landen, was dit stuk kust ook het zwaarst verdedigd. Dit gaf de doorslag in de keuze voor Normandië.

Normandië bood voordelen:
  • een heel eind verwijderd van de dichtbevolkte zones;
  • weinig versterkingen en weinig concentratie van Duitsers;
  • minder zwaar verdedigd dan het Nauw van Calais
  • 600 km. van de Siegfriedlinie;
  • ideale stranden voor een landing met amfibievoertuigen; 
  • mogelijkheden om een haven uit te bouwen;
  • opmars van Duitsers kon afgesneden worden door de vernietiging van de bruggen over de Seine en de Loire;
  • meer dan 100 geallieerde vliegvelden op minder dan 250 km. van Calvados;
  • Cherbourg (haven) kan men bij ieder getij gebruiken, doordat het een haven is in diep water.

Het nadeel van Normandië:
  • de grote afstand van Zuid-Engeland voor de overtocht van de troepen en de bommenwerpers.
Als gevolg van de mislukte Canadese aanval op Dieppe in 1942, werd besloten geen directe aanval op een havenstad te ondernemen. Landingen over een breed front in Normandië moesten een bedreiging vormen voor de haven van Cherbourg en havens in Bretagne. Daarna zou een aanval via Parijs naar de grens van Duitsland volgen. Normandië vormde een onverwachte maar strategische springplank die de Duitsers zou verwarren en tot versnippering van hun troepen zou kunnen leiden.

Zes maanden voor D-day

Reeds zes maanden voor de landing begon men aan de vernietiging van de V1-basissen. Hiervoor waren er meer dan 32.000 vluchten nodig om deze operatie tot een succesvolle einde te brengen. Ook de bruggen over de Loire en de Seine, stations en spoorlijnen vielen onder de bommenregen van de geallieerden. Hierdoor konden de Duitsers moeilijker troepen sturen naar de Normandische kust. Er werden trouwens meer dan duizend locomotieven vernietigd.

Zes weken voor D-day werden in de regio alle vliegvelden en radars vernietigd. Uiteindelijk werd de Atlantikwal aangepakt. De geallieerden waren heel sterk in de lucht. Niet minder dan 15.000 vliegtuigen stonden klaar voor de grote dag. Tijdens de nacht van 5 op 6 juni hebben ze ook nog eens gezorgd voor een afleidingsmanoeuvre door poppen aan een parachute te binden.

Ook vlak voor de landing werd de kuststrook 'opgeruimd' met een bommentapijt. Tijdens D-day werden er slechts iets meer dan 100 vliegtuigen van de geallieerden uitgeschakeld. En de zeemacht? Die waren bezig met onderzeese kabels aan te leggen, kunstmatige havens maken en de beschietingen ondersteunen.

Inzet divisies

Aanvankelijke zouden drie divisies vanuit zee landen, ondersteund door twee luchtlandingbrigades. Montgomery breidde dit snel uit tot vijf divisies over zee en drie via de lucht. In totaal zouden 47 divisies voor de operatie worden ingezet; 26 divisies van Britten, Canadezen, Commonwealth-troepen en vrije Europeanen, en 21 Amerikaanse divisies.

Onder bevel van admiraal Sir Bertram Ramsay zouden bij de invasie meer dan 6.000 vaartuigen worden ingezet, waaronder 4.000 landingsvaartuigen en 130 oorlogsschepen voor de beschieting van de kust. Daarnaast zouden 12.000 vliegtuigen onder bevel van luchtmaarschalk Sir Trafford Leigh-Mallory worden ingezet om de landingen te ondersteunen, inclusief 1.000 transportvliegtuigen om de 20.000 parachutisten en luchtlandingstroepen over te brengen. 5.000 ton bommen werd tegen de Duitse kustverdediging ingezet. Volgens documenten uit het Generaal Eisenhower Archief, hebben (in zijn totaliteit) 7.000 schepen aan de invasie meegedaan, dus inclusief zowel de directe als niet-direct betrokken schepen.

Doelen

In de eerste veertig dagen moesten de volgende doelen worden bereikt:
  • een bruggenhoofd vestigen, inclusief de steden Caen en Cherbourg, waarbij Cherbourg belangrijk was wegens de haven 
  • uit het bruggenhoofd breken om Bretagne en de havens langs de Atlantische kust te bevrijden, en verder op te rukken, met een frontlijn die zou lopen van Le Havre via Le Mans tot Tours. 
Na drie maanden moest een gebied zijn ingenomen dat werd begrensd door de rivieren de Loire in het zuiden en de Seine in het noordoosten.

Speciale voorbereidingen

Voor de landing in Normandië en het opruimen van de door de Duitsers aangelegde versperringen, werd onder leiding van Generaal-Majoor Percy Hobart een aantal speciale voertuigen ontwikkeld; onder meer de Duplex Drive Shermantank die bleef drijven en varend het strand kon bereiken; de Sherman Crab, een normale Shermantank met een vlegel voor de tank die alle mijnen opruimde zonder de tank te beschadigen; bruggenleggende Churchilltanks; en tanks die loopgraven konden opvullen en rijpaden konden aanleggen. Deze voertuigen werden ook wel Hobart's Funnies genoemd.

Het plan voorzag ook in de bouw van twee kunstmatige Mulberryhavens om gedurende de eerste paar weken van de campagne, als er nog geen zeehavens veroverd zouden zijn, de noodzakelijke voorraden zo snel en efficiënt mogelijk aan land te kunnen brengen. Operatie PLUTO (Pipe Line Under The Ocean) bestond uit een serie onderzeese buizen die brandstof uit Engeland naar de invasiestrijdkrachten zou overbrengen.

De Atlantikwal

Op het ogenblik van de invasie hadden de Duitsers 15.000 kilometer kustlijn te verdedigen. Aan de Atlantische kust hadden ze de Atlantikwal gebouwd. Een verdedigingslijn met bunkers en zwaar geschut die hen moest behoeden van een invasie vanuit de zee. De Atlantikwal was pas voor 18 % afgewerkt. De Atlantikwal werd verdedigd door Veldmaarschalk Rommel. Zijn divisies bestonden voor een groot deel uit oude of heel jonge soldaten en vreemdelingen. In het achterland lagen de geharde eenheden. De westelijke verdedigingslijn was verzwakt doordat het Oostelijk front veel manschappen gebruikte.

De Atlantikwal was 5.300 km. lang, van de Noordkaap tot aan de Spaanse grens. Er moesten 15.000 bunkers komen, tussen de bunkers moesten kazematten komen. De kust moest overdekt worden met mijnen, prikkeldraad en obstakels, zowel op de stranden als onder water. Als dit gerealiseerd zou zijn geweest dan had een landing veel meer mensenlevens geëist.

De Duitsers hadden slechts 500 vliegtuigen die konden vliegen, de geallieerden hadden er 15.000. Wegens brandstofgebrek hadden de Duitse piloten slechts 50 oefenuren, i.p.v. de vereiste 260, met veel ongevallen als gevolg.

Drie Duitse pantserdivisies stonden klaar in de kuststrook, maar twee ervan konden alleen onder bevel van Hitler zelf worden ingezet. Deze beperking zou Duitsland noodlottig worden. De landmacht van Hitler was uitgeput, de artillerie was vrijwel geheel aangewezen op de trekkracht van paarden. De soldaten spraken een mengelmoes van talen.

Met de Duitse zeemacht was het niet veel beter gesteld, ze had nagenoeg geen oorlogsschepen meer, alleen nog een 50-tal onderzeeërs.

Afleidingsplan

Om de Duitsers in de waan te brengen dat de werkelijke aanval bij het Nauw van Calais zou plaats vinden, zetten de geallieerden een massale misleidingscampagne op. Deze werd Operatie Fortitude genoemd. In de buurt van Dover werd een geheel fictief Eerste Amerikaanse Legerkorps gecreëerd, met nepgebouwen, nepuitrusting (waaronder opblaastanks), en nep radioverkeer. Generaal Patton werd als commandant van de eenheid genoemd.

De Duitsers deden hun uiterste best om de juiste landingsplek te ontdekken, en hadden een uitgebreid netwerk van geheimagenten in Zuid-Engeland. Deze waren allemaal ontmaskerd door de Britten, en werden ingezet als dubbelspionnen om de Duitsers te misleiden. Ze bevestigden de Duitse vermoedens dat de invasie bij het Nauw van Calais zou plaats vinden.

Om deze illusie in stand te houden, werd voorafgaand aan de eigenlijk invasie het gebied rond Calais veel zwaarder gebombardeerd dan de landingszones in Normandië. Ook na 6 juni bleven de geallieerden radarinstallaties en verdedigingswerken rondom Calais intensief bombarderen. Lange tijd verkeerden de Duitsers in de veronderstelling dat de aanval in Normandië slechts een afleidingsmanoeuvre was. Op bevel van Hitler werden tankeenheden achter de hand gehouden om tegen de verwachte aanval bij Calais te worden ingezet. Toen de waarheid tot de Duitsers doordrong was het te laat.

Het Plan

Britse 6de luchtlandingsdivisie, waaronder de 8ste en 9de parachutistenbataljons van de 3de parachutistenbrigade en de 1ste Canadese parachutistenbataljon, voeren ten oosten van de Orne rivier een luchtlanding uit per parachute en zweefvliegtuig om de linker flank te beschermen.
  • Britse speciale eenheden landen bij Ouistreham in de Queen Red sector, de meest linkse sector. 
  • De Britse 3de infanteriedivisie landt samen met de Britse 27ste pantserbrigade op Sword Beach, van Ouistreham tot Lion. 
  • Britse speciale eenheden landen ver rechts van Sword Beach. 
  • De Canadese 3de infanteriedivisie, Britse 2de pantserbrigade en een marinecommando landen op Juno Beach, van St Aubin tot La Riviere. 
  • Het Britse 46ste Commando's bij Juno landt op een klif aan de linkerzijde van de monding van de rivier Orne om een daar gebouwde geschutsbatterij te vernietigen. (Het vuur van de batterij bleek zo verwaarloosbaar dat deze eenheid op zee werd gehouden als drijvende reserve, ze ging pas op D+1 aan land. 
  • De Britse 50ste divisie en de Britse 8ste pantserbrigade landen op Gold Beach, van La Riviere tot Arromanches. 
  • Commando 47 (RM) landt aan de westflank van Gold beach. 
  • Het Amerikaanse vijfde legerkorps (US 1ste infanteriedivisie en US 29ste infanteriedivisie) landt op Omaha Beach, van St. Hondrine tot Vierville sur Mer. 
  • US 2nd Ranger bataljon bij Pointe du Hoc. 
  • Het Amerikaanse zevende legerkorps (US 4de infanteriedivisie landt, met andere eenheden) op Utah Beach, rond Pouppevile en La Madeleine. 
  • De US 101ste luchtlandingsdivisie landt rond Vierville. 
  • De US 82ste luchtlandingsdivisie landt rond Sainte-Mère-Église, ter bescherming van de rechterflank. 

De Valse Start

Men moest de dag voor de landing om 04.00 uur het startsein geven om 's anderdaags om 06.30 uur te kunnen landen. Op 3 juni bij een stralend weer moet men aanhoren dat het zodanig slecht weer zal worden dat een landing onmogelijk zal zijn. Op 4 juni 's morgens is het weer nog steeds goed, maar de vooruitzichten zijn slecht. Eisenhower besluit om 24 uur uit te stellen. Ondertussen waren de schepen wel al vertrokken, gezien de geplande datum van 5 juni en het mooie weer. Alle schepen werden teruggeroepen.

Voor 6 juni werd er een tijdelijke verbetering verwacht. Eisenhower heeft het zeer moeilijk. Indien het zeer slecht weer is zal de landing mislukken en zou het einde van de oorlog er wel eens heel anders kunnen uitzien. Als men het zou uitstellen dan moest dit voor twee weken zijn, men kon immers alleen landen bij springtij. Tegen dan zou de landingsplaats zeker uitgelekt zijn, want iedereen had reeds zijn orders ontvangen. De moraal zou zeker een ferme deuk krijgen.

Op maandag de vijfde juni om 03.30 uur 's morgens wordt die lichte weersverbetering bevestigd en Eisenhower besluit het erop te wagen. Het vertreksein werd gegeven voor de grootste militaire operatie ooit.

De Landing

Reeds om middernacht werden de parachutisten achter de linies gedropt. De schepen en landingsvaartuigen wachten tot 03.30 uur om te vertrekken vanuit de Assembly Area (halverwege beide kusten). Tussen 6 en 8 uur 's morgens vinden alle landingen plaats.

Eerste landing op UTAH BEACH (het is nu eb!).
Een groot succes, ze landen op 900 meter van de voorziene plaats. Geen tegenstand. De voertuigen komen allemaal probleemloos aan land.

Grote verliezen door vele obstakels (falaisekust), veel materiaal en schepen gaan verloren. Een zware Duitse verdedigingspost was niet doorgegeven door de inlichtingen, zeer veel dode en gewonde geallieerde soldaten. Generaal Bradley denkt op een bepaald ogenblik om terug te trekken, maar ze zetten toch door en 's avonds zijn ze 1500 meter verder landinwaarts.

Landing op GOLD BEACH

Moeilijke landing: windsterkte 5. Vele amfibievoertuigen en schepen zijn verloren. Obstakels op het strand, zieke soldaten door de wilde zee en precies vuur van de Duitse soldaten zorgen voor grote verliezen. 's Avonds pas hebben ze de eerste dorpen kunnen innemen.

Landing op SWORD
Door de sterke stroming moeten ze afgezet worden op 4 km. van de kust, mede daardoor verliezen ze zo de helft van de twee bataljons amfibievoertuigen. Niettegenstaande schieten ze in het begin goed op. Later raken ze stokvast gedurende 33 dagen!

Landing op JUNO BEACH
Ze komen met een vertraging van 30 minuten aan, het is stilaan eb. De kuststrook ligt bezaaid met mijnen. De Duitsers verwelkomen ze met kanonvuur, mitraillettevuur en granaten. Toch komen de geallieerden door de vijandelijke linies, zij het met één dag vertraging.

Hoe het allemaal fout ging voor de Duitsers l De geallieerden hadden plannen opgezet om de Duitsers te misleiden. Zo was het hoofdkwartier van Montgomery in Portsmouth gevestigd en zijn radiozender stond in Kent. Dit alles zou wijzen op een invasie in het "Nauw van Calais". In Kent stationeerde men een onbestaand leger, met valse zweefvliegtuigen en landingsvaartuigen, terwijl de echte werkzaamheden plaats vonden in Zuid-Wales.

Daar lagen alle schepen en waren de 3,5 miljoen soldaten gestationeerd. Maar de Duitsers konden dit nooit zien. De verkenningsvliegtuigen hadden maar een vliegbereik tot Kent. De Duitsers wisten dat er een invasie zou komen. Rommel dacht aan Normandië, Von Rundstedt aan Pas de Calais. Hitler geloofde eerder Rommel, maar verdeelde de troepen over beide zijden. Omdat men bleef geloven dat de landing in Pas de Calais zou plaatsvinden werden deze troepen zeer laat na de invasie weggetrokken voor de tegenaanval. De Duitsers dachten immers dat de invasie in Normandië een afleidingsmanoeuvre zou zijn.

Begin juni 1944 was het slecht weer en er woedde een hevige storm, niemand geloofde dan in een invasie. Daardoor was Rommel voor een familiebezoek naar Duitsland. De commandant van Normandië leidde manoeuvres in Bretagne en zijn plaatsvervanger was weg met een liefje tijdens de invasienacht. De geallieerden bombardeerden Normandië de nacht voordien, maar Von Rundstedt bracht het leger van Calais in paraatheid, niet dat van Normandië.

Von Rundstedt vroeg reeds om 4 uur in de morgen van de 6de juni om zijn troepen te laten oprukken. Berlijn aarzelde of het wel om een echte invasie ging. Pas laat in de namiddag kreeg hij de toestemming. Pas om middernacht kon hij de echte tegenaanval starten, met de reservepantserdivisies en troepen uit Bretagne. Dit was 24 uur nadat de eerste parachutisten aan land waren.

L'Etat-Major kon maar geen beslissing nemen. Ze moesten absoluut zeker zijn dat het "de" invasie was. Niemand had de moed het aan Hitler te vragen want hij sliep. Niemand wou immers zijn slaap verstoren. Ze bleven er heilig van overtuigd dat de echte invasie in Pas de Calais zou plaatsvinden. De 200.000 soldaten in Calais moesten daar blijven, voor een invasie die er nooit zou komen. Hitler maakte er zelfs moppen over en dacht hij ze op één dag terug in zee zou gedreven hebben. Maar toen was het al te laat. De verrassing was compleet!

(informatie afkomstig van: www.regionormandie.nl)